DE ONDERDELEN VAN EEN PLATENSPELER
Home
Dit is het “schema” van een platenspeler met snaaraandrijving.
De onderdelen van een platenspeler: de belangrijkste componenten
Een platenspeler is een samengesteld apparaat waarbij verschillende technieken en materialen in zijn verwerkt. Hieronder staan de belangrijkste uitgelegd. Ik heb deze indeling bewust gekozen omdat daarmee, naar mijn mening, het beeld voldoende compleet is. Ook op deze pagina meerdere linken naar websites die hier ook overgaan.
1. Chassis (Plinth)
2. Motor / aandrijving
3. (Keuze)schakelaar draaisnelheid
4. Draaischijf (Platter) / antislipmat
5. (Naald) Stylus
6. Toonarm
7. Cassette
8. Tegengewicht (counterweight)
9. Anti skate
10. Voorversterker
11. USB / Bluetooth
Mijn platenspeler: de Pro-Ject Debut III Esprit. Deze heeft snaaraandrijving en de draaisnelheid moet worden ingesteld door de snaar op een andere poelie te zetten.
1
Chassis (Plinth)
De plinth is het fundament van de draaitafel. De plinth is ook het meest opvallende onderdeel omdat het mede bepaalt hoe de draaitafel eruitziet. De plinth heeft dus in ieder geval een esthetische functie. Maar, de plinth bevat ook alle andere elementen van de platenspeler, zoals de draaischijf, de toonarm en het daarbij behorende mechanisme en soms de aandrijving (inclusief de motor). In de plinth zit dus ongeveer alles wat nodig is om de draaitafel te laten werken.
De plinth kan uit allerlei materialen worden gemaakt, zoals hout, metaal of acryl. Maar er zijn vreemdere materialen gebruikt.
Maar het nut en belang van de plinth gaat verder dan het behuizen van de kritieke onderdelen van de draaitafel. Welke rol speelt de plinth dan verder?
De plinth van mijn platenspeler is van MDF en voorzien van een zwarte pianolak.
De plinth is dus meer dan “just a pretty face”. Het is letterlijk het fundament onder het luisterplezier dat een elpee zou moeten bieden. En het is voor niets dat een plinth erg duur kan zijn. Op deze website is een link te vinden naar een platenspeler van ongeveer vijftienduizend Euro en het leeuwendeel van die prijs komt door de schitterende plinth.
2
Motor (aandrijving)
Dit ligt op zich voor hand: zonder een motor kun je geen elpees afspelen. We onderkennen hier diverse mogelijkheden.
Het eerste onderscheid begint bij de stroombron.
Het verschil tussen gelijk- en wisselstroom.
(AddOhms via YouTube)
Wisselspanning
Bij wisselspanning werken de motoren op de bekende 220 Volt / 50 Hz wisselspanning of, door het gebruik van elektronica, met ongeveer 12 Volt. De eerste categorie is afhankelijk van de frequentie van het lichtnet, als dat niet 100% stabiel is, kun je dat horen aan het geluid van de elpee. De tweede categorie biedt de mogelijkheid om (wederom) met elektronica de motor in draaisnelheid te sturen. Door de frequentie te wijzigen, beïnvloed je de draaisnelheid.
Gelijkstroom
Dan zijn er nog de gelijkstroommotoren. Ook hier is sprake van elektronica die ervoor zorgt dat deze motor voorzien wordt van de juiste spanning en daarmee het juiste toerental. Deze motor heeft als voordeel dat de kans op trillingen (resonantie) minder is omdat de stroom niet “trilt”.
Er zijn trouwens ook nog meerdere manieren om de nauwkeurigheid van de motor te garanderen, zoals kwartskristallen, complexe elektronica, etc…
Het tweede onderscheid is bij de aandrijving.
En die komt na de motoren. Niet minder belangrijk is de manier waarop de draaischijf door de motor in beweging wordt gebracht.
Ook daarin onderkennen we twee manieren:
Het verschil tussen direct drive en snaaraandrijving
(Vinyl Eyezz via YouTube)
Direct drive (directe aandrijving)
Bij een direct aangedreven platenspeler maakt de centrale pin van de draaischijf (waar de elpee of singel overheen geschoven wordt) deel uit van de motor. Het onbeweeglijke deel van de motor (de stator) zit bevestigd aan de plinth. Het draaiende deel (met de eerdergenoemde pin) maakt daarmee deel uit het draaiende deel van de motor (de rotor). Elke beweging van de motor wordt vrijwel direct doorgegeven aan de draaischijf. Omdat dit betekent dat de draaischijf snel reageert, is dit een erg geliefde aandrijving bij diskjockeys. Nadeel is wel dat fluctuaties in de aandrijving vrijwel altijd te horen zijn. Dit systeem is wat gevoeliger voor afwijkingen.
Het verschil tussen direct drive en snaaraandrijving (2)
(Skylabs Audio via YouTube)
Belt drive (snaar aandrijving)
Bij de snaaraandrijving wordt de draaischijf door middel van een snaar of riem aangedreven. Deze snaar wordt om de draaiende as van de motor en om de draaischijf gespannen. Er zijn platenspelers waarbij dit ook echt om de gehele draaischijf gaat, er zijn ook varianten waarbij onder de draaischijf een kleinere schijf zit waar dan de snaar om gespannen zit. Het verschil zit vooral in het esthetische aspect. Bij de eerste variant kun je de snaar zien, mensen vinden dat mooi. Bij de tweede variant zit het verborgen onder de draaischijf.
Zodra de motor gaat draaien neemt de snaar de beweging over en begint de draaischijf te draaien. Nadeel van deze techniek is dat er sprake kan zijn van enige aanlooptijd (delen van seconden) omdat de snaar in eerste instantie even “slipt”. Verder is het zo dat de snaar slijt en na een bepaalde tijd zal moeten worden vervangen. Voordeel van deze techniek is dat eventuele fluctuaties in de aandrijving niet direct te horen zijn, vaak omdat de draaischijf ook als een soort vliegwiel functioneert en nog kort doordraait voordat het effect van de fluctuatie hoorbaar is. Ook voorkomt de snaar dat trillingen van de motor de kwaliteit van het geluid negatief beïnvloeden.
Kort door de bocht zou je kunnen stellen dat een direct aangedreven platenspeler het meest geschikt is voor een professionele diskjockey en een snaaraandrijving het beste is voor thuisgebruik. Uiteraard is dat geen wet van Meden en Perzen.
3
(Keuze)schakelaar draaisnelheid
Een ander belangrijk onderdeel is de mogelijkheid om te kiezen tussen de gewenste draaisnelheid, 45 of 33 1/3 toeren per minuut. De meest bekende methode om dit te doen, is een simpele schakelaar (in talloze varianten) waarmee de snelheid mechanisch of elektronisch wordt aangepast.
In sommige modernere platenspelers wordt die keuze bepaald door de snaar op een andere poelie op de draaiende as van de motor te plaatsen. Een poelie is een soort schijfje met een holle rand, die over de as van de motor is geplaatst en waarover je de snaar kunt spannen.
Dat betekent wel dat de eigenaar van de platenspeler de snaar van poelie handmatig moet wisselen. Dat gaat veelal heel simpel, maar het vereist wel een fysieke handeling. De poelie met de kleinere diameter vertaalt zich naar 33 1/3 toeren per minuut en de poelie met de grotere diameter is dan 45 toeren per minuut.
De gedachte hierachter is dat er weinig of geen onnodige technieken worden toegevoegd aan de aandrijving zodat de kans op beïnvloeding door deze technieken wordt voorkomen. De motor draait altijd met een vaste draaisnelheid en is dus stabieler.
Bij mijn Project platenspeler is de snaar verborgen onder de draaischijf (die ik voorzien heb van een antislipmat van eigen ontwerp)
De draaischijf ligt op deze kleinere schijf (zie de pin in het midden) en die is met de aandrijving (links op de foto) verbonden middels een snaar.
De snaar is hier goed te zien en die ligt “in” de bovenste poelie. Die poelie heeft de kleinste diameter en staat voor 33 1/3 toeren. Wil ik 45 toeren dan moet ik de snaar over de onderste poelie spannen. Simpel klusje.
4
De draaischijf / antislipmat
De draaischijf is, zoals de naam al doet vermoeden, de schijf die ronddraait en waarop de elpee wordt gelegd. Vaak wordt op de draaischijf nog een mat gelegd om te voorkomen dat de elpee krassen krijgt en niet kan slippen. Op de foto hier linksboven is mijn draaischijf en (eigen ontworpen) antislipmat te zien. Draaischijven worden gemaakt van hout, metaal of kunststof (acryl). De mat kan gemaakt worden van rubber of een andere zachte (bij voorkeur antistatische) stof. Bij acryl is een mat in principe niet nodig. De keuze is reuze in deze, evenals het bereik in de prijzen.
Wat is er mogelijk aan materiaal?
5
De naald (stylus)
Dat is toch wel het onderdeel van de platenspeler dat het meest tot de verbeelding spreekt. Ooit een duidelijk zichtbare metalen “punt” met aan het uiteinde de bekende toeter van de oudere grammofoonspelers en doorontwikkeld tot een delicaat onderdeel bestaande uit diamant of een andere “edelsteen” (zoals saffier). Het is het element dat op de plaat rust en de oneffenheden in de groef vertaalt naar trillingen op de cantilever (de flexibele as waar de naald op bevestigd is) en die deze trillingen weer doorgeeft aan een combinatie van een magneet en een spoel.
De naald kent twee hoofdvormen:
De elliptische naald is kegelvormig en heeft een kleiner contactoppervlak met de groef. Deze naald zal wat sneller slijten dan de sferische naald. Deze naald ligt iets minder diep in de groef en heeft daardoor een iets minder bereik dan de elliptische maar pakt daardoor ook minder verstoringen op. Dat is een voordeel bij een klein nadeel.
Een sferische naald is puntvormig en ligt daardoor dieper in de groef van de plaat dan de elliptische naald. Deze naald is wat gevoeliger en levert daardoor meer dynamiek, maar zal ook gevoeliger zijn voor verstoringen.
En wat de afbeelding links goed laat zien, is dat de elliptische naald minder contact maakt met de groef dan de sferische. Daardoor veroorzaakt dit type naald ook meer slijtage aan de groef dan diens tegenhanger. Het is weliswaar beperkt, maar het is wel een gegeven.
Ondanks het feit dat diamant het hardste natuurlijke materiaal ter wereld is, zal een diamanten naald toch gewoon slijten door gebruik. Afhankelijk van verschillende factoren, kan de levensduur van een diamanten naald tussen de 1.000 en 2.500 uren liggen (uitgaande van twee kanten per elpee, maximaal 20 minuten per kant, zijn dat tussen de 1.500 en 3.750 elpees).
Van groot belang bij de naald is de naalddruk. Dat is de “kracht” die de naald op de elpee uitoefent. Deze kracht hangt af van het type naald en meestal geeft de fabrikant aan wat de ideale naalddruk is. In principe zal deze variëren tussen 1,5 en 2,5 gram. Bij goede platenspelers kun je de naalddruk zelf instellen. Het klinkt wellicht vreemd, maar de ideale naalddruk is het minst belastend voor de groef. Te laag en de naald kan gaan “zwabberen” in de groef, te hoog en de naald zal te zwaar drukken op de groef. In beide gevallen zal sprake zijn van extra slijtage.
Let dus na de aanschaf van een platenspeler op deze naalddruk. Tenzij je de platenspeler door een expert laat installeren, controleer de naalddruk altijd zelf! Kun je die niet controleren, stel hem dan alsnog zelf in. De vereiste naalddruk kun je opzoeken bij de leverancier van de naald en hoe je dit instelt voor jouw platenspeler kun je vinden bij de fabrikant van de platenspeler. Wat dat aangaat is alles te vinden op het internet.
Doe dit! Het betekent het behoud van naald en elpees!
6/7
De toonarm en de cassette
In zekere zin zijn dit verschillende componenten maar ze zijn wel, letterlijk, onlosmakelijk met elkaar verbonden. De toonarm is één van de belangrijkste onderdelen van je platenspeler en bevat de headshell met daarop de cartridge die weer het element (de naald) bevat. Zie ook de afbeelding aan de bovenkant van deze pagina. De toonarm verbindt via deze elementen de naald met de behuizing van de platenspeler en ook via de kabeltjes met de aansluitingen van het uitgangssignaal. De kwaliteit van de toonarm is mede maatgevend voor de geluidskwaliteit.
De toonarm is ook een onderdeel dat direct opvalt en draagt daardoor bij aan de esthetiek van de platenspeler. En ook al is de vorm van de toonarm vaak uit geluidstechnische overwegingen gekozen, deze bepaalt toch wel het gezicht van de platenspeler. Zo zijn er rechte toonarmen, S-vormige toonarmen, gebogen toonarmen. Ze kunnen een universele aansluiting hebben of een hele specifieke. Zoals geschreven, dit heeft in eerste instantie een functionele reden.
Als je niet beter weet, dan ziet de toonarm eruit als een simpele “buis” met een bepaalde vorm. En toch is het veel meer dan dat. Een complete toonarm bestaat uit de headshell (met de naald, het element (cassette), de toonarm zelf tot aan het verbindingsmechanisme met de platenspeler op de plinth. De toonarm is hol en in het binnenste loopt de bekabeling richting de aansluitingen van de platenspeler, al dan niet via een elektronische schakeling. De toonarm is dus hol, moet licht zijn en toch stug van aard zodat deze stabiel is en blijft. Gebruikte materialen zijn o.a. aluminium, hout, kunststof of carbon.
Bij een goede platenspeler kun je de naaldruk en dwarsdrukcompensatie (anti-skating) aanpassen. Als dit niet goed gebeurt, kan het zijn dat de naald te zwaar drukt op de groef (met vervorming van het geluid als gevolg) of dat de naald over de groef stuitert (tracking-error) en muziek “overslaat”. In beide gevallen levert het extra slijtage of schade op voor naald en groef.
En het wordt een beetje saai, maar er zijn twee soorten toonarmen (zie de afbeeldingen hierna).
De radiale toonarm beweegt in een draaiende beweging om een vast punt. Deze toonarm komt het meeste voor en dat heeft o.a. te maken met het feit dat deze minder gecompliceerd is dan de tangentiale toonarm. Zoals gesteld: deze is op één draaipunt gemonteerd. De naald beweegt tijdens het afspelen van de elpee van buiten naar binnen en maakt daarbij een boogvormige beweging.
Dit veroorzaakt een situatie waarbij de hoek van de afspeelnaald ten opzichte van de groef geleidelijk gaat afwijken in relatie tot de hoek van de naald waarmee de masterschijf gesneden werd. De masterschijf wordt met een naald gesneden die in een voortdurend rechte hoek over het materiaal beweegt (tangentiaal). De asfpeelnaald doet dat bij een radiale toonarm dus niet. Er ontstaat dus een verschil in de hoek tussen de afspeelnaald in de groef en de hoek waarin de groef werd gesneden. En dat verschil neemt toe naarmate de naald richting het einde van de elpee beweegt.
Die fouthoek heeft invloed op de kwaliteit van het geluid. En het lijkt logisch, en dat is het ook, hoe groter de fouthoek, hoe groter de vervorming. Zolang deze hoek onder de twee graden blijft, is er weinig aan de hand. Het spreekt voor zich dat meerdere manieren zijn ontwikkeld om die fouthoek dan ook zo klein mogelijk te houden. De bekendste methode is het maken van een hoek in de toonarm zelf (bijv. de s-vorm of door middel van buigen) dan wel de headshell in een hoek afmonteren op de toonarm (schuin). Op die manier kan het effect van de fouthoek worden opgeheven of voldoende beperkt.
De tangiale toonarm tast de groeven van de plaat af in dezelfde hoek als waarmee de grammofoonplaat is gesneden. Er is dus geen sprake van een fouthoek. Het lastige bij een tangentiale toonarm is het feit dat de techniek hiervan erg complex is. De naald moet de groef ongelooflijk exact volgen tijdens het afspelen van de elpee.
Het mechanisme moet er dus voor zorgen dat de arm trillingsloos en ongeremd kan meebewegen met de groef en dus moet het afspeelelement ook “weten” waar de naald is ten opzichte van de groef. Door de jaren heen zijn meerdere technieken ontwikkeld om die “tracking” nauwkeuriger en stabieler te maken. Een van deze technieken maakt gebruik van lasers die de groef aanstralen en op basis van de reflectie exact kunnen bepalen waar de naald ten opzichte van de groef is.
Zo'n tangentiale toonarm is hierdoor duurder en door de benodigde techniek (de arm heeft een eigen aandrijving en besturing) maakt de arm kwetsbaarder. Dat is een nadeel. Het voordeel is wel, vooropgesteld dat de toonarm foutloos functioneert, dat een eventuele vervorming door de fouthoek niet bestaat.
8
Tegengewicht (counter weight)
Over de toonarm is hiervoor al veel gesteld. En daarbij is de term naalddruk gevallen, de kracht waarmee de naald op de elpee drukt. Ook is gesteld dat de ideale naalddruk voor minder (onnodige) slijtage van de naald en de elpee zorgt. Hoe zorg je er nu voor dat die druk goed is, uitgaande van het feit dat de toonarm op zich een vast gegeven is, alsmede de headshell met cassette en naald.
Die hebben allemaal een vaste samenstelling, gewicht en positie op de platenspeler. Verander je bijvoorbeeld de cassette en/of de naald dan heeft dat gevolgen voor de naalddruk. Als die combinatie iets zwaarder is geworden, zal de naalddruk toenemen, tenzij je dat compenseert. Als die combinatie lichter is geworden, zal de naalddruk afnemen en ook dat zul je moeten compenseren.
En dat kan met het tegengewicht wat aan het einde van de toonarm zit. De manier waarop je nu verder moet, kan per type platenspeler en/of toonarm wijzigen. Onderstaand voorbeeld is gebaseerd op mijn platenspeler maar komt ook vaak bij andere platenspelers voor. Uiteraard zul je voor je eigen platenspeler of toonarm de gebruiksaanwijzing moeten raadplegen.
Het tegengewicht en de stelring op mijn
Pro-Ject Debut III Esprit
Als je een nieuwe platenspeler hebt gekocht of je hebt onderdelen van de toonarm vervangen (de complete headshell, de cassette of de naald), moet je de naalddruk opnieuw instellen. Hier komt wat evenwichtskunst bij kijken. Zodra de toonarm compleet is, zorg je ervoor dat hij vrij kan “zweven”. Let op: zorg er ook voor dat de naald niet op een hard oppervlak terecht kan komen. Zorg voor iets zachts, bij voorkeur een klein plat stukje rubber.
Als de naald naar beneden zakt (voorbeeld 1), draai dan het contragewicht naar achteren. Het zwaartepunt verandert daardoor en op enig moment komt de naald omhoog. Als je iets te ver bent gegaan, kan situatie 2 ontstaan.
Draai het gewicht nu weer wat naar voren. Herhaal dit totdat de toonarm horizontaal blijft zweven. De toonarm is nu in evenwicht (voorbeeld 3). Plaats hem nu terug in de opbergstand.
Aan de voorzijde van het contragewicht zit een stelring. Het zou zomaar kunnen zijn dat de stelring de stand heeft zoals te zien is in voorbeeld 4. Hou nu het contragewicht vast en draai de stelring tot de nul boven staat (voorbeeld 5). Door het contragewicht hierbij vast te houden, behoud je juiste instelling en het evenwicht van de toonarm.
Draai nu het contragewicht samen met de stelring (hou ze beiden vast) voorzichtig naar voren (richting het draaipunt) totdat de stelring de gewenste stand heeft bereikt (in voorbeeld 6 is dat 15 (=1,5 gram, volgens de opgave van de fabrikant van de naald).
De naalddruk is nu 1,5 zoals gewenst.
Blijft over om (eventeel) de zijdelingse compensatie (anti skate) in te stellen.
9
Anti skate
Over anti skate wordt veel geschreven en gediscussieerd. Het is een enigszins ongrijpbaar fenomeen alhoewel de meeste mensen zich er wel wat bij kunnen voorstellen. Het komt erop neer dat er sprake is van een naar binnen gerichte kracht van de toonarm tijdens het afspelen van de elpee. Omdat de toonarm die neiging vertoont, wordt de naald wat “zwaarder” tegen één kant van de groef gedrukt (zie 1 bij de afbeelding).
En dat veroorzaakt extra slijtage aan die kant van de groef. Overigens zijn er meer factoren die dit fenomeen beïnvloeden, maar dat voert op deze website te ver. Dat wil je voorkomen. Je wil dat de naald zich netjes in het centrum van de groef bevindt (nr. 2).
Deze naar binnen gerichte kracht moet dus worden tegengegaan door middel van een tegengestelde kracht. Dat moet je wel goed doen. Is die tegengestelde kracht te licht, zal het effect te weinig zijn. Doe je het te krachtig dan trek je de naald naar de andere kant in de groef (nr. 3). De truc is dus om dit zo goed mogelijk te doen. En dat maakt dit lastige fenomeen zo moeilijk. Want het is erg ongrijpbaar, die zijdelingse kracht. Alleen al het gegeven dat deze kracht varieert tijdens het afspelen van de elpee (de naald beweegt immers richting het midden van de elpee) maakt het gewoon complex.
Bottom line bij het instellen van de anti skating is het gegeven dat je dit zelf niet goed kunt berekenen of meten maar dat je af moet gaan op de aanwijzingen (instellingen) van de fabrikant van de platenspeler.
Er zijn drie manieren om anti skating uit te voeren (deze manieren kun je niet kiezen, die zal de fabrikant van de platenspeler en/of de toonarm hebben geïnstalleerd op je systeem).
10
Voorversterker
De voorversterker heeft twee taken, ook al blijkt dat niet uit de naam.
De eerste taak komt naar voren uit de naam: het vooraf versterken van het signaal van de platenspeler.
Op deze andere pagina van deze website staat uitgelegd op welke wijze de oneffenheden in de groef in de vorm van trillingen worden overgenomen door een naald die deze trillingen doorgeeft aan een combinatie van een magneetje en een spoel en dat daaruit elektrische signalen voortkomen. Deze elektrische stromen zijn erg klein, erg zwak. Een hoogte van slechts 5 milli Volt is geen uitzondering. Deze spanning is zo laag dat een versterker daar niet mee overweg kan. Dat is simpelweg te weinig.
Om een signaal toch om te kunnen zetten in geluid, moet het zogenaamde ingangssignaal (het signaal afkomstig van de platenspeler) wel voldoende zijn. En daar komt de voorversterker om de hoek kijken. De voorversterker versterkt het ingangssignaal voordat het naar de (eind)versterker gaat. De eindversterker zet het versterkte ingangssignaal vervolgens om in geluid.
De tweede taak heeft te maken met het uitvlakken van de verschillen tussen hoge en lage tonen.
Lage tonen vereisen, als je ze met dezelfde geluidssterkte wil afspelen als de hoge tonen, brede groeven in het vinyl. Bovendien hebben hoge tonen meer akoestische energie dan lage tonen. Om deze verschillen te compenseren werd het zogenaamde RIAA filter bedacht (op basis van de RIAA Curve). Dit filter zorgt ervoor dat bij de opname de lage tonen met een lager volume werden opgenomen dan de hoge tonen, waardoor de groeven niet te breed mogelijk hoefden te zijn. Bij het afspelen zorgt het filter ervoor dat dit werd omgekeerd (hoge tonen zwakker en lage tonen sterker). Dit RIAA filter zit in de voorversterker waardoor het geluid niet alleen versterkt wordt, maar ook beter klinkt.
11
USB / Bluetooth
Deze twee technologieën zie je voornamelijk bij de jongere generatie platenspelers. En er is ook wel een functioneel verschil tussen deze technologieën, naast de verschillen in de techniek zelf.
De USB functionaliteit op een platenspeler wordt voornamelijk gebruikt om muziek op vinylplaten om te zetten naar een digitaal formaat. Deze platenspelers hebben een ingebouwde voorversterker en een convertor die de analoge elpee omzet naar een digitaal format (meestal is dat PCM). De USB aansluiting zorgt ervoor dat het gedigitaliseerde signaal op een USB stick kan worden gezet zodat deze vervolgens naar een computer kan worden overgezet. Speciale software op de pc stelt de gebruiker in staat om het ontvangen digitale signaal om te zetten naar het gewenste format (MP3 als voorbeeld).
Er zijn varianten op het voorstaande mogelijk. Zo zijn er platenspelers die ruimte hebben voor een SD kaart waarop het digitale signaal kan worden gezet. Die kaart kan dan, net zoals een USB stick, in een computer worden geplaatst zodat de digitale bestanden van de SD naar de computer kunnen worden verplaatst.
De Bluetooth technologie wordt gebruikt om de platenspeler met een versterker of luidsprekers te verbinden. In zekere zin vervangt bluetooth hiermee kabel(s). Het analoge signaal van de elpee wordt hierbij (op de platenspeler) met behulp van een analoog-naar-digitaal-omzetter (ADC) omgezet in een digitaal signaal. Dat signaal wordt dan door de Bluetooth module middels een radiosignaal naar een Bluetooth ontvanger op een versterker of draadloze luidsprekers verzonden. Deze ontvangen het signaal en verwerken het verder. Zo zullen de draadloze luidsprekers het signaal hoorbaar maken in de vorm van geluid (muziek).
Voorbeelden van bluetooth sets
Home
De “Planar 1 platenspeler en Q Acoustics M20 speakers ” van Rega
De “Stir It Up Wireless & Get Together” van Marley
De “E1 platenspeler met Ruark MR1 MKII speakers” van Pro-ject